Nadat ik besloten had van mijn hart geen moordkuil te maken
ben ik zo hier en daar gaan delen waar ik zoal zit. Het is wellicht niet fraai
en ook niet erg inspirerend, althans, niet voor mezelf, maar gedeelde smart is
halve smart niet waar?
Of dat laatste nou echt waar is weet ik niet, want
vooralsnog ben ik vandaag weer net zo chagereinig als de vorige keer. Wat
overigens wel interessant is, is dat ik veel meer mensen, en in dit geval
moeders, hoor die zich heel erg herkennen in wat ik nu ervaar. Moeders van deze
tijd, maar ook moeders van weleer. En de moeders wiens kroost is uitgevlogen,
die zeggen heel begrijpelijk dat ik er zo veel mogelijk van moet genieten, want
voor je het weet zijn ze oud en groot en willen ze niet meer met je knuffelen.
En dat begrijp ik natuurlijk en het is zo lastig uit te
leggen, want van mijn kindjes geniet ik dan ook wel echt. Het zijn ook niet de
kindjes waar ik van baal, maar het is mijn eigen inieminie wereldje waar ik
chagereinig van word. Eigenlijk staat dat los van de kindjes, alleen loop ik nu
met 100 km per uur met m’n kop tegen de muur, omdat ik er voor die tijd (voor
de kindjes dus) geen reet of in ieder geval onvoldoende aan gedaan heb. Tsja,
en dan zit ik dus nu met de gebakken peren. Of de gebakken muren. Gestuukt en
wel. (wat een geldverspilling is dat zeg, de muren stuken. Als je alleen al
naar zo’n muur kijkt springen de scheuren erin…alsof dat huis aanvoelt dat het
net een strak jasje vormt en zodoende zelf al aan alle kanten begint te
scheuren).
Ik volg een cursus (via web) bij mijn grote vriend Harshada
Wagner. Heel toepasselijk gaat het over welke rol liefde (maar liefde in de
grote zin van het woord; levensplezier, leven met bezieling, etc) in je leven
speelt, of juist niet. Hij geeft geweldige opdrachten waarbij je eens goed mag
spitten in de vergeten nissen en duistere dieptes van je eigen zelf.
Geweldig!!!
En uiterst triest in mijn geval. Ten minste, in eerste
instantie was het echt als een klap tegen m’n kop, zo triest vond ik mijn
bevindingen. Die bezieling was gewoon helemaal weg. Foetsie. Down the drain.
Weggedrupt zonder dat ik er erg in had.
Echter het mooie van die bevinding is, is dat je vanaf dan
weer omhoog kan kruipen of klimmen of springen of rennen of racen. De bodem
bereiken is eigenlijk helemaal zo slecht nog niet. Het voelt eerlijk gezegd
veel meer als een opluchting. Dan weet je in ieder geval dat je niet nog verder
omlaag hoeft en dat je dus alles kan focussen op omhoog.
Zo gezegd, zo gedaan. En een paar energieke dagen volgden,
bordevol ideeen en gekras in aantekingenboekjes. Inspiratie en energie en zelfs
vrolijkheid en bijna geen chagereinigheid. Maar dan zo halverwege de week, na
een paar dagen de benen uit m’n reet te sloven, dan word ik toch gewoon weer
bloedchagereinig wakker en word ik haast onwel als ik denk aan alle
voorspelbare en totaal uitdagingsloze dingen die me deze dag weer te wachten
staan.
Die boedhistische monniken, die kunnen we wat. Die gasten
hebben echt zo makkelijk praten. Heerlijk een beetje ergens in een klooster
vertoeven en met zandkorreltjes een prachtige tekening maken en die vervolgens
weer opvegen.
Doe mij een boedhistische monnik die een gezin en huishouden
draaiende houdt en die nog steeds super zen en happy is en daar zal ik voor
buigen. En een kussentje pakken en aan zijn (maar waarschijnlijk haar) voeten
zitten en luisteren en leren.
Ga dan wat leuks voor jezelf doen vandaag opperde mijn
vriend net nog… Het liefste geef ik hem dan een doodsmak voor z’n kop! Wat een
dooddoener zeg! Gewoon een kutopmerking. Ten eerste is het echt zo betuttelend.
En alsof nog een bakje koffie op een of ander hip terras de zon doet schijnen…
En welke 10 minuten tijd-voor-mezelf tijd-slot zal ik daarvoor kiezen? Tussen
het voeden door? Na de was, voor het stofzuigen of beter na de administratie en
natuurlijk voor het uit school halen… anders heb je een jengelend 4 jarig
pubertje bij je. Die natuurlijk ook recht op leven heeft, maar dat valt nou
even niet binnen het tijd-slot van tijd-voor-mezelf.
Ik twijfel nogal vaak aan mezelf. En met dit dus ook. Ligt
het nou aan mij? Is er iets mis met mij dat ik dit zo ervaar allemaal? En toen
kwam ik er door het delen van de smart dus achter dat veel meer vrouwen dit zo
ervaren. Pfew! Opluchting! Maar ook weer twijfel… waarom hoor ik die vrouwen
daar dan nooit over? Ben ik nou zo’n zeurpiet, een klaagwijf, een slappeling,
drama queen of egoist? Of ben ik een baanbreker? Spreek ik uit wat de meeste
mensen keurig onder het tapijt vegen wanneer ze met een mooie smile zeggen dat
alles zo geweldig gaat?

